Het fiets-avontuurtje.

Vanochtend werd ik gemakkelijk wakker. Ik had ruim 8 uur geslapen en ik was al wakker voordat de wekker mij kon wekken. Lekker vlot was ik. Geen ochtendhumeurtje, geen haast, ik kon rustig aandoen. Na mijn relaxte voorbereiding op de dag, pakte ik mijn fiets om naar school te gaan.

De muziek klonk door mijn oordopjes. Genietend van OneRepublic was ik onderweg. Fietsend langs mijn oude basisschool. Terug denkend aan hoe ik daar als klein kotertje over dat immens grote schoolplein rende. Prachtige herinneringen heb ik aan die plek. Mijn dagdroomsessie werd bruut verstoord toen ik alle vogels zag vliegen. “Als er eentje waagt om nu te kakken, dan word ik echt kwaad” is wat ik dacht. Gelukkig vlogen ze allemaal de andere kant op en was de kust weer veilig. Eerder deze week hebben de vogels hun boodschapje al gedaan op zowel mijn zadel als mijn fiets-tassen, dus ik vond het wel weer welletjes voor deze week.

Ik fietste weer verder. Voor mij fietste een vrouw. Ze fietste me toch iets te traag, dus ik besloot om haar in te halen. Plots besloot ze om in het midden van het fietspad te gaan fietsen, in haar uppie. Wat een frustrerend iets is dat zeg. Waarom zou je in het midden van het fietspad gaan fietsen? Wat is daar het praktisch nut van? Ik snap dat niet. Vervolgens ben ik zelf maar een stukje langzamer gaan fietsen. Even tringen kon niet, want mijn fietsbel ligt er al een tijdje af. We’re dealing with a bad ass over here!

Gelukkig ging ze na een tijdje de hoek om en kon ik weer lekker op een goed tempo doorfietsen. Wat ik niet zag, is dat iemand zijn/haar fiets niet helemaal goed geparkeerd had. Dit had als gevolg dat mijn stuur tegen dat stuur aanknalde. Mijn stuur maakte een halve draai, waardoor ik de controle over mijn fiets compleet verloor. Toen ik voor me keek, zag ik dat ik richting een paal ging, maar toen ik iets wilde doen, was het al te laat. Knal! Tegen die paal aan. Dat moment dat je door hebt dat je ergens tegen aan gaat knallen, maar je niks meer kan doen. Ik kan je vertellen, dat is best wel eng. Ik viel ook wel hard. De tranen sprongen me in de ogen. Niet alleen omdat het zeer deed, maar vooral van de schrik. Een meisje die voor me fietste, kwam terug om te vragen hoe het met me ging en om mij (en m’n fiets) overeind te helpen. Heel lief vond ik dat.

Uiteindelijk heb ik mijn moeder huilend opgebeld. Ik voelde me even een meisje van 10 die net gevallen was. Ik was gewoon erg geschrokken van de val, omdat er heel veel verschillende gedachtes door je hoofd vliegen in een korte tijd. Ik was namelijk bang dat ik ook nog tegen een auto aan zou knallen of dat er iemand achter me fietste die dan ook zou kunnen vallen. Gelukkig was dat niet het geval en ben ik er zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Een paar schaafwondjes heb ik wel, maar verder gaat het wel.

Het was in ieder geval geen saaie ochtend!

Het gemis.

Het is zondagavond. Ik heb voor het eerst sinds tijden weer eens een trui aan. We moeten er toch echt aan geloven: het wordt weer kouder. Ach, het is wel lekker warm, zo’n trui. Heerlijk om in te luieren. Dat heb ik vandaag dan ook gedaan. Al de hele dag ben ik mijn huiswerk aan het uitstellen. Het is maar een heel klein beetje, maar toch. Nadat ik had gegeten en een aflevering Friends met la mama had gekeken, gingen we samen de vaat doen. Zij deed het afwassen en ik deed het afdrogen, zoals we dat altijd doen.

Toen, opeens, was hij er weer. Die gekke gedachte die eens in de zoveel tijd weer mijn hoofd inkruipt. Flashbacks naar die zaterdag in maart, 2003. Ik was nog maar een klein meisje. De lente stond voor de deur en zonnestraaltjes kwamen langzaamaan steeds vaker tevoorschijn. Als kleine dondersteen was ik al gek op de zon, dus ik vond het helemaal prima. Een kind zonder zorgen, dat was ik. Zo hoort het ook te zijn, wanneer je nog maar 9 jaar oud bent, toch?

Op die ochtend in maart werden we opgebeld dat we naar het ziekenhuis moesten komen. Naïef als ik was, zag ik daar het kwaad niet van in. Waarom mijn zus moest huilen, snapte ik toentertijd niet helemaal, maar voor mijn gevoel was haar huilbui al snel weer over. Verder heb ik er niet meer naar gevraagd. Ik liet alles over me heen komen en vertrok samen met de rest naar het ziekenhuis in Den Bosch.

Inmiddels was ik al gewend aan de ziekenhuisbezoekjes die we aan mijn vader brachten. Ik weet nog wel dat ik dat ‘ziekenhuis-sfeertje’ niet bepaald prettig vond, omdat je ook als klein kind toch beseft dat je daar nooit ligt voor je lol. Toch was ik elke keer weer blij om mijn vader te zien.

Maar dit keer was het anders. Mijn buurman (die met ons mee was), vertelde me dat ik misschien maar beter niet bij papa kon gaan kijken. Eigenwijs als ik was, ging ik toch even een kijkje nemen. Al gauw rende ik weg. De toestand waarin mijn vader daar lag, geeft me nog steeds de kriebels als ik er aan terug denk. Zo wil je je vader niet zien. Toen was ik natuurlijk compleet radeloos, niet wetende wat er nou precies aan de hand was. Toch zag het er niet bepaald goed uit.

Om voor afleiding te zorgen, nam mijn buurman me mee naar het winkelcentrum in de buurt. Hier hebben we in wat winkeltjes wat rond gekeken. Ik was de toestand van mijn vader al snel weer vergeten. Het was wel goed, dacht ik. Het zonnetje scheen. Ik had even gelachen met mijn buurman. Ik had lekker in de frisse buitenlucht gelopen. Ik vond het wel goed zo.

Eenmaal terug bij het ziekenhuis, werd ik op een gegeven moment door mijn moeder een kamertje ingeroepen. Op dat moment wist ik genoeg. Ze gaf me de opdracht om naast haar te komen zitten. “Papa gaat dood hè?” was wat ik haar vroeg. En dit is het enige wat ik me niet goed meer kan herinneren aan die dag. Ik weet niet meer wat zij toen zei. Ze zal mijn vermoeden bevestigd hebben, want het was waar. Mijn vader lag op sterven. Maar ik kan me niet meer herinneren of ze toen gehuild heeft of niet. Mijn moeder kennende deed ze dat waarschijnlijk niet. Zij is het type moeder die zich groot houdt voor haar kinderen. Het enige wat ik nog weet, is dat ik erna vroeg “Je neemt toch geen nieuwe vriend, hè?” en hoe ze daar op reageerde, kan ik me ook niet meer heugen.

Het kamertje liepen we uit. We gingen richting mijn vader’s kamer. In de gang stonden heel veel mensen. Familie, vrienden, ik weet niet wie allemaal. Mijn vader was erg geliefd. Er werd mij verteld dat ik nog iets tegen mijn vader mocht zeggen. De tranen springen me momenteel weer in de ogen terwijl ik dit schrijf, net zoals op dat moment gebeurde. “Ik hou van jou, papa” is het enige wat ik kon uitbrengen, terwijl ik in tranen uitbarstte. Ik mocht hem nog een kus geven, maar dat durfde ik niet, door de toestand waarin hij zich verkeerde.

Tot de dag van vandaag kan ik me nog weleens schuldig voelen om het feit dat ik hem die laatste kus niet gegeven heb. Ik weet niet of mijn vader er toen überhaupt nog wel bij was met zijn gedachten, want hij zat zwaar aan de morfine om de pijn iets te verzachten. Maar soms dan vraag ik me af of hij nog iets gevoeld heeft. Of hij bewust heeft meegemaakt dat ik hem die laatste kus niet heb gegeven. Of hij het zou hebben gezien als een afwijzing of iets dergelijks. Al weet ik dat ‘t een gekke gedachte is, toch vraag ik het me weleens af.

Als 9-jarig meisje is het zo bizar om je vader zo te zien lijden. In dat ziekenhuisbed, allemaal draden aan zijn lijf en apparaten om hem heen. Het was een milieu waar ik aan gewend was geraakt, maar dat maakt het niet minder moeilijk. Als ik terug denk aan die dag, vreet het me op van binnen. Ik wil namelijk niet herinnerd worden aan zijn sterfdag. Ik wil niet terug denken aan dat moment dat mijn gevoel me vertelde dat mijn vader zou sterven, nog voordat mijn moeder me dat vertellen kon. Ik wil niet meer terug denken aan die verdrietige crematie, ondanks dat hij zo mooi was, omdat er zoveel mensen waren die van hem gehouden hebben. Ik had gewoon gewild dat het allemaal niet zo gegaan was. Dat ik nu nog elk nutteloos dingetje aan mijn vader kon vertellen. Hij had er namelijk met plezier naar geluisterd, net zoals mijn moeder en mijn zus dat altijd doen.

Ik vraag me nog iedere dag af of hij trots op mij zou zijn. Ook dat is stom, want ik weet dat hij trots op me was. Dat vertelde hij me altijd al, zelfs toen ik nog een kleine koter was. Elke keer als hij me naar bed bracht, vertelde hij mij dat hij heel veel van me hield. Alles wat ik bij hem voelde, was liefde. En soms maakt het me zo verdomd kwaad dat die letterlijke kanker ziekte hem van ons heeft afgenomen. Het is gewoon niet eerlijk.

En ik weet dat ik er niet te vaak om moet huilen. Dit doe ik ook niet, want dat is niet wat mijn vader zou willen. Maar er zijn momenten, zoals nu, dat het me gewoon allemaal even teveel word. Ik weet dat ik altijd die vrolijke muts ben en dat is zeker niet gespeeld, maar ook dit is een deel van wie ik ben. Al had ik gewild dat ik dit nooit had hoeven meemaken. Dat wij dit allemaal niet hadden hoeven meemaken. Dat niemand dit ooit hoeft mee te maken.

Ik ben enorm trots op wie mijn vader is en ik weet dat hij altijd bij me is. Toch zou ik gewoon af en toe die arm om me heen willen hebben. Die stem willen horen. Gewoon, de normale dingen willen meemaken. Gewoon, met mijn vader erbij.

Maar helaas, is het mijn vader erbij niet ‘gewoon’ meer, 
want we moeten hem missen,
elke dag.

My medicine.

Sommigen van jullie weten het wel en sommigen van jullie weten het niet, maar ergens diep in mij schuilt een dichter. Dichtster. Dichteres. Wat is het vrouwelijke woord voor dichter eigenlijk? Anyway, dit doe ik al vanaf mijn 10e en tot mijn 18e heb ik dit altijd heel fanatiek gedaan. Ik heb schriften en boeken vol geschreven. Toch doe ik het de laatste paar jaar bijna nooit meer. Geen idee hoe dat komt.

Gister kreeg ik ineens een spontane ingeving, op precies dezelfde manier als dat ik die een aantal jaren terug altijd had. Zo kwam er een bepaald zinnetje in m’n hoofd en zo begon ik door te rijmen. Snel moest ik het opschrijven, anders was ik het kwijt. Zo gezegd, zo gedaan. Omdat dit zo’n miracle is (het feit dat ik na 185 jaar weer eens een gedicht geschreven heb), wil ik hem graag met jullie delen! Het is een Engelse, dit keer.

When I’m having one of those moments,
feeling sad and blue.
I sit down, take a breath
and start longing for you.
Your warm arms.
Your calming words.
You always heal
what sometimes hurts.
You make me
forget my pain.
You make me
smile again.

En toen ik dit gedicht schreef, dacht ik de hele tijd aan m’n vriendje,
dus bij deze een lekker fotootje!

Italy3

Die ‘homo’-feesten.

rainbow flag

Een tijdje terug zag ik beelden van de Gay Pride op televisie. Elke keer als ik er beelden van zie, neem ik mezelf weer voor om de eerstvolgende keer ook te gaan. De afgelopen jaren kwam er echter iedere keer wat tussen. Toen ik voor de zoveelste keer riep “Volgend jaar moet ik er écht naartoe!” vertelde mijn moeder dat mijn vader er vroeger heen is geweest met zijn beste vriend.

Een heteroseksuele man die naar zo’n event gaat. Je kan zeggen wat je wil, maar dat gebeurt niet vaak. Een heteroseksuele vrouw ‘durft’ er eerder heen dan een heteroseksuele man. Hiermee wil ik mannen niet aanvallen of iets dergelijks en ik wil zeker niet alle mannen over een kam scheren. Het is gewoon zo dat sommige mannen niet snel naar zo’n event durven, omdat ze bang zijn dat homoseksuele mannen ze aanspreken. Nou, ieder zijn ding. Je bent niet verplicht om naar de Gay Pride te gaan natuurlijk.

Maar juist om die reden was ik zo verbaasd dat mijn vader er met z’n beste vriend was geweest. Het grappigste vond ik nog dat mijn vader het helemaal niks uitmaakte. Hij vond het gewoon gezellig. Zijn beste vriend was daarentegen wel bang dat mensen zouden denken dat mijn vader en hij een stelletje waren. Al dachten ze dat wel, maakt dat dan uit? Jij weet zelf dat je een vrouw thuis hebt. Dat is prima, toch? En al denken ze dat je homoseksueel bent, moet je dat dan zien als een belediging? Lijkt mij niet!

Zelf ben ik al meerdere malen naar Pann-feesten geweest. Nooit ben ik bang geweest dat er een vrouw belust naar me zou kijken. Als je uit gaat, kunnen er altijd mensen zijn die je ‘checken’, zowel mannen als vrouwen. En ja, misschien proberen ze je dan te versieren en vind je dat dan even eng, maar als je netjes zegt dat je geen interesse hebt, dan is er verder toch niks aan de hand?

Ik snap niet waarom er altijd zo panisch gedaan wordt over dit soort events. De feesten worden vaak ook niet helemaal goed begrepen. Pann is bijvoorbeeld voor iedereen: heteroseksuelen, homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen, noem het maar op. Toch wordt het ‘dat homo-feest’ genoemd. Why?! Ik kom er ook en ik ben geen homo. Maar of ik me nou hetero voel? Ik voel me gewoon mens, that’s it.

Ik vind het heerlijk dat er feesten zijn voor mensen die gewoon lekker ruimdenkend zijn. De sfeer is er goed en ik kom er graag een dansje doen!

Zijn jullie weleens naar zo’n event geweest?
Zo ja, wat vonden jullie er van?

Die goede, oude tijd.

Het is een mooie zondagmiddag. Het zonnetje schijnt heerlijk op mijn gezichtje. Misschien dat ik nog een beetje bruin kan worden? Ik zie op tegen het moment dat m’n zomergloedje van mijn huid zal verdwijnen. Hopelijk blijft hij zo lang mogelijk zitten. Heb ik nog verplichtingen vandaag? Het huiswerk voor de komende twee dagen is gelukkig al gefixt. Dat is ook voor het eerst, dat ik eens vooruit werk. Zou ik deze ‘goede houding’ vast kunnen houden?

Wat een gestress hè, jongens? Er is altijd nog wel wat te doen. Je hoeft je eigenlijk nooit te vervelen. Als je huiswerk af is, is er altijd wel weer een kamer die eigenlijk opgeruimd moet worden. Dan begint altijd die uitdaging van ‘kijken hoelang je het uit kan stellen totdat je moeder flipt’. Er is altijd wel wat te doen.

Nu hoef ik nog niet echt te stressen, maar ik weet dat er weer inleverweken aan zitten te komen waarin ik zoveel moet gaan doen. Waarin ik een planning ga maken die hoogstwaarschijnlijk compleet in de soep gaat lopen. Ik zie het al helemaal gebeuren. 

Vroeger was alles anders. Geen stress, geen zorgen. Hoogstens stressen dat het regende waardoor je buiten niet meer kon stoepkrijten. Balen wanneer al je vriendjes en vriendinnetjes uit de straat weg waren en je niemand had om mee buiten te spelen. Gelukkig was ik zo’n kind die zich prima kon vermaken in der eentje, maar jullie snappen wel wat ik bedoel.

En omdat ik soms zo verlang naar vroeger, heb ik er een leuke video van gemaakt!

Wat missen jullie aan vroeger?

Het gaat goed met me.

Het gaat goed met me

Soms sta je ineens ergens bij stil. Iemand zegt iets tegen je en dan denk je ineens “hè, verrek, nu je het zegt!” Of schets ik nu een heel vaag beeld? Jullie kennen het vast wel, dat iets op televisie, in je omgeving of wat dan ook, je doet nadenken over je eigen situatie. Ik had het zo net.

Ik zat digitaal te kletsen (ook wel bekend als ‘whatsappen’) met een oud klasgenootje van me. Ze vroeg me hoe het ging. Normaal antwoordt je gewoon, zonder er echt bij na te denken. “Ja hoor prima, met jou?” en meestal zegt de ander dat het ook prima gaat. Vervolgens gaat het gesprek dan weer ergens anders over. Het ‘hoe gaat het nou met je’-praatje is toch altijd de introductie van het gesprek, vinden jullie niet? Het is een soort opstapje. Daarna begint het échte gesprek pas.

Toen ik had gezegd dat het goed ging, dacht ik even na. Gaat het echt goed? Ja, het gaat écht goed. Eigenlijk durf ik het niet hardop te zeggen, dat het écht goed gaat. Er is een soort angst dat ik het dan op mezelf afroep. Die gekke gedachte ‘wat nou als het té goed gaat?’.

Maar ach, weet je, fuck it. Het gaat gewoon goed! Ik ben deze week begonnen met m’n nieuwe baan en tot nu toe vind ik het superleuk. Het werk is chill en ik heb aardige collega’s. Moet prima uit te houden zijn, lijkt mij. Met m’n youtube-kanaal gaat het ook goed. Gister heb ik de 8000 abonnees gehaald en ik moet zeggen dat ik toch wel trots ben! Daarnaast ben ik ook bezig met een nieuwe huisstijl. Ik heb al een nieuwe banner en in m’n nieuwste video’s is m’n nieuwe stijltje ook al een beetje terug te zien. Nu nog een stuk of 60 thumbnails aanpassen, aangezien ik zo pietje precies ben wat betreft m’n kanaal. Het bloggen gaat ook steeds beter, waar ik blij om ben. Ik vind het tof dat er steeds wat meer mensen m’n posts lezen! Verder heb ik een lieve vriend, leuke vrienden en een fijne familie om me heen. Eten, een dak boven m’n hoofd, kleertjes. Ja, dat laatste klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet voor iedereen. Dus ik ben dankbaar.

Want het gaat goed met me.

Toekomstplannen?!

toekomstplannen

Soms dan fantaseer ik over m’n toekomst. Ik weet eigenlijk nog helemaal niet goed wat voor carrière ik zou willen, bijvoorbeeld. Als ik er te lang over nadenk, raak ik ook altijd lichtelijk paniek. Dan grijp ik maar gauw naar de drank. Grapje. Maar ik probeer wel vaak ergens anders aan te denken, omdat ik niet wil stressen om dingen die ik niet in de hand heb.

Ik denk vaak na over hoe ‘t over jaren zal zijn. Ben ik dan nog samen met m’n vriend? Hoeveel abonnees zal ik dan op youtube hebben en vind ik ‘t dan überhaupt nog wel leuk? Heb ik dan m’n MBO en HBO diploma op zak? Dat soort dingen. Ik ben vast niet de enige die regelmatig over dat soort dingen nadenkt, toch?

Aangezien ik m’n havo-diploma niet op zak heb, moet ik m’n MBO-opleiding Grafisch Vormgeven wel afronden. Daar maak ik me niet al teveel zorgen om. De opleiding is leuk en ik zit nu in m’n derde jaar. In februari ga ik stage lopen en dan gaat het échte werk beginnen. Jullie mogen best weten dat ik het erg spannend vind. Als dát niet bevalt, heb ik wel een probleem, want ik móét de opleiding toch afmaken. Fingers crossed, please, duim voor mij!

En dan staat er (nu nog) op de planning om erna HBO te gaan doen. Zoals het er nu naar uitziet, heb ik op m’n 23e m’n diploma Grafisch Vormgeving op zak. Soms twijfel ik of ik dan niet te oud ben om nog aan een HBO-opleiding te beginnen. Daarna denk ik vaak weer ‘tegenwoordig willen ze altijd maar hogeropgeleiden wat betreft werk, dus ik moet wel’ en blablabla, denksessies. Ik weet nog helemaal niet welke richting ik dan uit zou willen. Het is zo lastig!

Als je me nu zou vragen hoe ik m’n kind later wil noemen, heb ik ook geen idee. Dat komt dan wel. Toch vind ik de gedachte aan kinderen weleens eng. Ik ben er nu nog niet aan toe hoor, dus er zullen voorlopig geen zwangerschapsblogs komen. Echter denk ik wel vaak na over of ik een goede ouder zou zijn of niet. Hoe zou ik handelen in bepaalde situaties? Dat soort dingen. Ik ben benieuwd.

Denken jullie ook weleens over dit soort dingen na?