Geniet van het nu.

Een tijdje geleden gingen Stijn en ik samen de stad in om wat drankjes te nuttigen. Niet met het doel om dronken te worden, maar gewoon om even samen de deur uit te zijn. Lekker met z’n tweetjes. Quality time, zoals ze dat met een chique woord zeggen. We hebben herinneringen opgehaald van de afgelopen 2 jaar, gepraat over toen we klein waren, onze vakantie naar Turkije besproken en nog veel meer. Zo hadden we samen een heerlijke avond.

We zaten bij Aperitivo, een gezellig bar-restaurantje in Utrecht. (Ik krijg niet eens geld om dit te zeggen, verdorie.) Op een bepaald moment kwamen er vier vrouwen binnen. Allemaal zagen ze er op en top uit. Mooie rokken, cocktailjurkjes en mooie sieraden: ze hadden hun best gedaan. Ik kreeg er een beetje een Sex & The City-feeling van. Het zag er naar uit dat ze een goede ladies-night tegemoet gingen. Na een tijdje kwam de barman aangelopen met hun bestelling. Je raad het al: de mooiste cocktails werden gebracht. Wat deden ze? Ze haalden alle 4 hun telefoon uit hun tassen en positioneerden de drankjes. Dit duurde zeker 10 minuten. Alle fotootjes waren geschoten en vol enthousiasme lieten ze elkaar hun mooie kiekjes zien. Daarna gingen ze pas proosten en genieten van hun drankjes.

Begrijp me niet verkeerd, ik herken het wel. Je wilt dingen vastleggen. Foto’s maken zodat je een visuele herinnering hebt. Maar moet het echt zoveel tijd in nemen? Ik zal niet zeggen dat ikzelf niet teveel op mijn telefoon zit. Ik betrap mezelf er regelmatig op. Echter wil ik als ik met mijn vrienden ben of met mijn vriend, niet de halve avond m’n mobieltje in mijn handen hebben. Liever helemaal niet zelfs.

Is het echt zo belangrijk om die foto gelijk op Facebook en/of Instagram te zetten? Moet iedereen NU weten dat je het naar je zin hebt? Je leeft toch niet voor de buitenwereld? Denk er eens over na. Hoevaak heb je bij een concert of een feest gestaan, met je telefoon in de hand om te filmen? En hoevaak heb je het daadwerkelijk terug gekeken? Dat bedoel ik. Even filmen snap ik best, maar vergeet niet van het moment te genieten.

Don’t forget to enjoy!

Twee jaar vol liefde.

Vorig weekend was een heel leuk weekend. Ik heb veel leuke weekenden gehad, maar dit was echt een van de betere. Het fijne aan dit weekend was dat ik totaal geen druk heb gevoeld. Ik voelde me heerlijk ontspannen. Zaterdag was leuk, maar zondag was het nog leuker. ‘s Middags heb ik met Stijn genoten van het lekkere weer bij het zwembad en ‘s avonds gingen we gourmetten met wat vrienden. We hadden namelijk wat te vieren. Stijn en ik waren alweer 2 jaar samen!

Vroeger dacht ik stiekem altijd van “Oh joh, die anniversary dingen, wat een onzin“, maar dat was allemaal toen ik nog vrijgezel was. Nu piep ik wel anders. Ik ben helemaal niet zo dat ik elke 2e van de maand denk dat het feest is, maar twee jaar is toch wel een mijlpaal. Een prestatie is het zeker niet. Althans, niet voor mij. Een relatie met Stijn hebben is goed uit te houden, om het zo maar even te zeggen. Hij is oprecht een van de liefste jongens die ik ooit heb ontmoet. Daarom ben ik ook zo blij dat ik zijn vriendin mag zijn.

Ik kan nogal druk zijn in mijn hoofd, maar Stijn weet me op de een of andere manier altijd weer een beetje rustig te krijgen. En geloof me, dat is niet makkelijk. Ik kan echt veel te lang nadenken over dingen. Daar ben ik zelf ook niet altijd blij mee. Gelukkig accepteert Stijn mij met al mijn stomme overpeinzingen en andere gekke dingetjes.

Met het verlies van mijn vader heb ik het nog weleens moeilijk. De ene periode wat meer dan de ander, dat is altijd heel onvoorspelbaar. Ook in de moeilijke periodes luistert hij heel goed naar mij en proberen we samen altijd naar een oplossing te zoeken. Hij is echt mijn rots in de branding. Ik vertel hem alles. Dat is niet eens overdreven, ik vertel hem echt alles. Het voelt gewoon heel veilig bij hem. Wat een kleffe muts ben ik, haha.

Met Stijn kan ik alles delen. Ik kan alles met hem bespreken. Niks is te gek. Bij hem kan ik honderd procent mezelf zijn. Hij vertrouwt mij en ik vertrouw hem. Ik vind het helemaal prima zoals het nu gaat. Een glazen bol heb ik natuurlijk niet. Maar als ik denk aan de toekomst, fantaseer ik over gebeurtenissen mét hem. Ik hoop dan ook dat we nog heel lang samen zullen blijven.

Sorry voor de kleffe post mensen, maar..

Ik ben verliefd op Stijn, nog steeds & iedereen mag het weten!

Creatieve kopzorgen.

Creativiteit is een groot goed. Ik denk dat iedereen creatief is op zijn/haar eigen manier. De een is creatief met eten. De ander is creatief met schrijven. Zo kan ik heel wat voorbeelden opnoemen, maar ik ben hier niet om open deuren in te trappen.

Wat ikzelf heel tof vind om te doen: video’s maken, schrijven en vormgeven. Dit zijn dingen waar ik al mijn creativiteit in kwijt kan. Om de meest onmogelijke tijdstippen kan ik ineens een goed idee krijgen. Daarom heb ik altijd een notitieboekje bij me, waar ik alles in kan opschrijven. Het geeft me rust in mijn hoofd als ik dingen opschrijf. Dan weet ik zeker dat ik het niet vergeet en kan ik het altijd weer even opzoeken.

Als ik een bepaald concept in mijn hoofd heb, wil ik dat het liefst gelijk helemaal uitwerken, om het vervolgens te gaan maken. Het probleem is alleen, als je 5 ideeën hebt, kun je dat moeilijk allemaal tegelijk gaan doen! Dat is waar ik mezelf soms gek mee maak. Soms heb ik het gevoel dat ik het allemaal snel moet uitvoeren, voordat iemand anders het doet. Maar als ik te gehaast te werk zou gaan, gaat dat ten koste van de kwaliteit. Daar pas ik voor.

Het gaat er niet om hoe snel je iets hebt gecreëerd. Het gaat om de weg er naartoe. (Oh how cheesy, yes I know) Dit soort creatieve processen kunnen je namelijk ook heel veel leren én zelfs weer op nieuwe ideeën brengen! Af en toe voelt dit als een soort cirkel waar geen einde aankomt, maar misschien is dat juist ook hetgeen wat het zo leuk maakt.

Note to self: take your time and it will work out just right.

Do it!

Dag suikerdropjes van me!

Er zijn van die films die ik al tijden wil kijken, maar op de een of andere manier altijd maar uitstel. Ik heb gewoon niet het geduld om films te kijken. Films kijken doe ik ook nooit in mijn eentje, want dat vind ik ongezellig. Enkel voor Harry Potter maak ik weleens een uitzondering. Op Wunderlist (which is one of the greatest apps EVER) heb ik een lijst van wel 40 films die ik nog wil zien. Gister kon ik er weer eentje van mijn lijst afvinken, namelijk: Up!

Het begint allemaal mooi. Als kind zijnde ontmoet Carl het aparte meisje Ellie. Zij worden vriendjes. Daarna maken ze een sprongetje richting de toekomst, waarin je ziet dat ze gaan trouwen en samenwonen. Samen zijn ze dolgelukkig. Samen worden ze oud. Op een dag besluit Carl tickets te kopen om naar Paradise Falls te kunnen. Daar droomt Ellie haar hele leven al van. Carl neemt haar mee naar een mooie plek boven op een bergje, om haar te verrassen met de tickets. Op weg naar de berg zakt ze in elkaar, belandt ze in het ziekenhuis en uiteindelijk komt zij te overlijden. Nadat dit gebeurd is, wil Carl er alles aan doen om hun huisje op de top van Paradise Falls te krijgen. Dit alles ter ere van zijn geliefde Ellie. De rit hier naartoe, vol obstakels, krijg je te zien in deze mooie film.

Bij het overlijden van Ellie moest ik natuurlijk de tissues tevoorschijn halen. Emotionele vaatdoek die ik ben. Ik vond het zo zielig. Die arme man was nu helemaal alleen. Die tickets kon ik niet uit m’n hoofd zetten. Dan heb je je hele leven iets wat je graag wil doen. Dan zette hij eindelijk eindelijk de stap en dan overlijdt zij. Ironisch. Het zette me aan het denken.

If you want to do it, do it now. You never know when it will be too late.

Amateur in de sportschool.

Dag druifjes!

Al een jaar lang probeer ik (met regelmaat) te sporten. Een hele tijd heb ik dit gedaan door middel van workout-video’s. Blogilates, XHIT en nog veel meer: I’ve seen them all. Dit hield ik dan een paar dagen vol, tot ik een rustdag voor mezelf inschakelde. Een rustdag veranderde al gauw in twee rustdagen. De rest kunnen jullie wel raden. Veel sporten, weken niet, af en toe sporten, weekje niet en dan weer hetzelfde riedeltje. Regelmaat was ver te zoeken.

Sinds dit jaar ben ik helemaal niet tevreden met mijn lichaam. Dit zeg ik niet om reacties zoals “Maar je hebt een prima figuur!” uit te lokken of iets dergelijks. Het is lief als iemand zoiets tegen je zegt, maar het zal je zelfbeeld niet veranderen. Ik ben gewoon nog niet tevreden en daar wil ik nu aan gaan werken. Mijn bovenbenen schaven langs elkaar. Ik weet dat ik niet de enige ben die dit heeft, maar ik vind het persoonlijk gewoon super irritant. Een paar jaar geleden had ik dat helemaal niet. Ik wil terug naar toen! Ook word ik echt niet gelukkig van die kipfiletjes onder mijn armen. ‘t Is net alsof ik vleugels heb. Jullie vinden misschien dat ik overdrijf, maar ik wil gewoon wat fitter, gezonder en wat strakker worden. Daar is toch niks mis mee?

Op bevrijdingsdag dit jaar besloot ik de knoop door te hakken. Vol goede moed schreef ik me in bij de sportschool, via mijn telefoontje. Een aantal dagen later viel er een mooie envelop van Basic Fit op de deurmat, waar mijn sportpas inzat. *denk hier een mooi hallelujah-muziekje bij*

Maar ik ben een faalhaas geweest. Vandaag ben ik pas voor de allereerste keer gegaan. Sinds 5 mei ben ik weleens gaan skaten en heb ik alsnog workout-video’s gedaan, maar dit deed ik veel te weinig. Ik durfde gewoon de sportschool niet in mijn eentje in te stappen. Bang dat ze me gek aan zouden kijken. Ik weet het. Dat is een hele stomme gedachte, maar ik dacht het wel. Ik wilde gewoon die eerste keer niet alleen gaan, want ik ben nou eenmaal een bange poeperd.

Vandaag was het dan eindelijk zo ver! Mijn beste vriend Sergio is met me mee gegaan. Hij heeft veel meer ervaring met fitness dan ik, dus hij kon me de nodige dingen leren. De komende paar keren zullen we nog samen gaan sporten, maar nu ik eindelijk gezien heb dat het allemaal wel meevalt, is mijn sportvrees eindelijk weg.

Note to self: you can do this!

Waarom ik een slechte blogger was.

Dag lieverds!

Zoals de meesten van jullie wel weten is bloggen al tijden iets waar ik moeite mee heb. Ik schrijf al jaren over van alles: hoe ik me voel, wat ik mee maak, wat ik leuk vind, noem het maar op. Helaas is heel veel daarvan nooit online gekomen. In 2012 ging het bloggen mij goed af. Ik schreef regelmatig. Het maakte me niet zoveel uit wat anderen ervan vonden, zolang ik het zelf maar leuk vond om te doen. Dat is uiteindelijk ook waar het om gaat: doen wat je leuk vind. “Vind je schrijven dan niet leuk meer?” hoor ik jullie nu denken, doordat ik zo weinig blog. Dat is echter niet het probleem.

Ik heb al vaak genoeg gezegd dat ik alleen wil schrijven als ik ‘inspiratie’ heb, maar eigenlijk was ik gewoon lui. Je kan altijd jezelf inspireren. Als je een persoonlijke blog hebt zoals ik, zijn er in principe altijd dingen waar je over kan vertellen, zou je denken. Het verschil met 2012 is dat ik nu meer bereik heb dan ik toen had. Op Twitter heb ik bijna 2000 followers, op Instagram 3500 en op YouTube inmiddels over de 14.000 abonnees! Dat zijn grote aantallen, die altijd op de een of andere manier op je blog terecht zouden kunnen komen. Hierdoor heb ik onbewust het gevoel gehad dat ik mezelf moest bewijzen. Er is niks mis met het feit dat ik goede dingen wilde produceren, maar ik ben te streng voor mezelf geweest. Heel vaak als ik iets geschreven had, dacht ik “Nee, dat vind toch niemand interessant!” en dat was stom van me. Toen ik net begon dacht ik dat ook niet. Nu heb ik publiek, die mij al kent, dus waarom zou ik nu wel denken?

De laatste tijd lees ik heel veel. Vandaag ben ik begonnen met het lezen van ‘Sex, blogs & rock-‘n-roll‘ door Ernst-Jan Pfauth. Ik ben vanmiddag begonnen met lezen en ik ben al over de helft. Het boek heeft me in zijn greep. Ernst-Jan verteld over zijn ervaringen met het bloggen en waar het hem heeft gebracht. Lezen hoeveel passie hij heeft voor het bloggen, werkte ontzettend motiverend. Ooit kon ik ook fanatiek bloggen. Waarom zou ik dat nu niet meer kunnen?

Note to self: stop being a pussy!

Ik ben gezakt.

Hallo lieverds.

Vorige week kregen heel wat leerlingen in Nederland te horen of ze na al die jaren, eindelijk klaar waren met de middelbare school. Mijn Facebook-feed stond vol met blije berichten. Het was een groot feest. Ook op Twitter stonden veel uitbundige berichten en de felicitaties vlogen in het rond. Maar hoe zit het met de mensen die gezakt zijn? Die houden zich heel stil. Zelf deed ik dat ook toen ik gezakt was.

Toen ik in 2009 over mocht naar havo 4, vond ik het heel spannend. Men waarschuwde me dat het weleens een zwaar schooljaar kon worden. Van deze angst werd ik heel fanatiek, wat in mijn voordeel werkte. Mijn cijfers waren goed en aan het eind van het jaar hoefde ik me geen zorgen te maken of ik over ging. Heerlijk vond ik dat!

Vol zelfvertrouwen ging ik naar havo 5. Dit zou het mijn laatste havo-jaartje worden. Ik vond het een heel gek idee dat het einde van de middelbare school bijna in zicht was, maar ik merkte wel dat ik er behoefte aan had. Ik wilde beginnen aan mijn vervolgopleiding! Doordat het mij in de 4e zo goed af ging, had ik er het volle vertrouwen in dat ik dit examenjaar met gemak ging halen. Je weet wat ze zeggen: hoogmoed komt voor de val. I found out the hard way.

Daar zat ik dan, te janken als een klein kind. Al mijn vriendinnen waren geslaagd en ik niet. Wat voelde ik me klote. Thuis probeerde ze me te troosten, maar dit hielp niet veel. Ik waardeerde de moeite, maar ik kon het niet van me afzetten. Mijn afdelingsleider stelde voor om naar het Vavo Lyceum te gaan. Hier kun je deeltijd naar school gaan, zodat je alleen de vakken hoeft te doen waarvoor je gezakt bent. Dit leek me een goed idee, dus deze kans heb ik gegrepen.

Dit keer deed ik wel goed mijn best. Een tweede keer zakken, daar moest ik niet aan denken. Hoe goed ik m’n best ook deed, ik haalde hele matige voldoendes of ik haalde helemaal geen voldoende. Was het dan toch te lastig voor me? Dat wilde ik niet geloven. Ik werd er gek van. Dit vertelde ik aan niemand, want ik schaamde mij ervoor.

In mei 2012 zat ik voor de tweede keer te stressen voor mijn opkomende examens. Ik vond het verschrikkelijk dat ik dit allemaal weer moest meemaken, maar ik heb er geprobeerd het beste van te maken. In juni gingen wij op vakantie naar Turkije. Op de dag van de uitslag waren wij nog in Turkije, dus had ik met een vriendin afgesproken dat ze mij de uitslag door zou geven. Op het moment dat ik haar aan de lijn had, wist ik genoeg. Haar stem zat vol schuldgevoel. “Again, Ellis, really?!” is het enige wat ik kon denken. Volgens mij heb ik me nog nooit zo geschaamd. Daar liep ik dan, langs het Turkse water, in mijn zomerjurkje, tranen met tuiten. Wat voelde ik mij ellendig.

De volgende dag was onze laatste vakantiedag. We hadden een dagje met de boot op de planning staan en dat ging natuurlijk gewoon door. Toen ik eenmaal op de boot zat, met de zon op mijn gezicht en fijne muziek op de achtergrond, voelde ik me een stukje beter. Nog een jaar havo was voor mij geen optie. Ik wilde nu echt verder, dus besloot ik om een late toelating te doen op de opleiding Grafisch Vormgeving zodra ik terug was van vakantie. Anderhalve week later was ik aangenomen.

Nu zit ik in mijn derde jaar en gaat het hartstikke goed met me. Tuurlijk baal ik er wel van dat ik geen diploma op zak heb, maar volgend jaar rond deze tijd heb ik mijn diploma. Dan zal ik extra trots zijn. Eindelijk kan ik dan ook zeggen dat ik geslaagd ben!

En wat is nou het moraal van dit verhaal? Zakken is verrot! Nee, even zonder dollen:
Hoe rot het aan het begin ook voelt, het zal beter worden. Zet door. Misschien kom je er niet in een keer. Misschien heb jij wat meer obstakels op je pad dan de rest. Dat hoort er nou eenmaal bij. Geef niet op! Je komt er wel.

“Zou je vader mij aardig hebben gevonden?”

Dit weekend vierde ik mijn verjaardag, omdat ik vorige week 22 ben geworden. Hotsjee! Er waren allemaal leuke mensen + veel eten & veel drank. Je kan wel stellen dat het een hele gezellige avond is geweest. Om half 5 lagen Stijn en ik pas in ons bedje. Toen ik m’n kussen rook, was ik weg.

De volgende dag was het tijd om op te ruimen en na een paar uurtjes was de zolder weer helemaal schoon. Toch had ik maar weinig geslapen die nacht ervoor. Gisteravond lag ik met Stijn in zijn bed en hij wilde nog even kletsen, maar m’n ogen vielen steeds dicht. Ik moest heel erg m’n best doen om m’n koppie erbij te houden. Op een gegeven moment vroeg hij “Denk je dat je vader mij aardig had gevonden?” Het is dat ik half sliep, anders had ik misschien nog in tranen uit gebarsten ook. Ik vond het zo lief dat hij daar überhaupt bij stil stond. Ik antwoordde “Ja, tuurlijk!” en kon een glimlach niet onderdrukken. Wat een lieverd.

Vanochtend ging weer vroeg de wekker. Het was tijd om naar stage te gaan. Onderweg in de bus dacht ik terug aan gisteravond. Kijkend uit het raam, droomde ik langzaam weg. Papa was gek op varen, dus we hadden sowieso in de zomer een keer gaan varen met z’n allen. Mijn vader kon uren kletsen, dus hij had vast en zeker een hoop levensverhalen aan Stijn verteld. Samen zouden ze biertjes hebben gedronken en melig worden. We zouden flauwe grapjes maken. Met z’n allen hadden we er een groot feest van gemaakt. En dat doen we nu ook hoor, wees maar niet bang.

Toch ontbreekt er altijd iemand. Maar de gedachte dat papa trots op me was geweest en de gedachte aan alle leuke dingen die we gedaan zouden hebben, geven me troost. Het is vreselijk om je te moeten missen pap, maar we denken wel aan je, iedere dag.

Even terug bij af.

Dinsdag was de dag dat mijn moeder 59 werd. Ik voelde me niet helemaal lekker, maar ik ben toch maar even een bosche bol voor haar gaan halen. Ze wilde absoluut niet dat ik iets voor haar verjaardag zou kopen, maar welke moeder zegt er nou nee tegen chocola?! Ze was er in ieder geval blij mee. Score! ‘s Avonds stond er andijvie op het menu, want de jarige trien mocht natuurlijk kiezen wat we gingen eten. Ze heeft er van genoten.

Aan het eind van de dag lag ik in m’n bedje, een beetje na te denken. Ik weet niet eens meer wat er allemaal door mijn hoofd spookte. Wel weet ik dat ik mij op een gegeven moment helemaal niet prettig voelde. Ik voelde me ‘jankerig’, zoals ik dat zelf altijd noem. Alsof ik op het punt stond om te gaan huilen, maar het kwam er niet uit. Dat wilde ik ook niet, dus deed ik snel een poging om te gaan slapen. Nadat een vriend me vroeg wat er aan de hand was, antwoordde ik “Mama was jarig vandaag en ik had gewoon graag gehad dat papa erbij was” en toen druppelde de traantjes langzaam langs m’n neusje. Na wat kleine snikjes, heb ik m’n snoet afgeveegd en ben ik in slaap gevallen.

Gisteren gingen we met m’n nicht een hapje eten, om nog even mijn moeder’s verjaardag te vieren. Na wat geklets over van alles en nog wat, kwam mijn vader ter sprake. We hadden het over de dag dat hij stierf. Hoe we die dag hebben beleefd. Hoe de periode van zijn ziekte is geweest en ook hadden we het over de periode die kwam na zijn overlijden. Wanneer ik m’n zus zag praten, zag ik al dat ze geen oogcontact zocht. Ze keek een beetje weg. Ik was al bang dat ze misschien moest huilen. Toen mijn moeder later aan het praten was en ik haar ogen waterig zag worden, had ik het niet meer. Allemaal hebben we snel onze servetten erbij gepakt, om de traantjes weer weg te kunnen vegen.

Natuurlijk heb ik me ingehouden. Ik zat midden in een restaurant. Toch voelde het alsof ik een flinke huilbui kon krijgen, maar die heb ik gelukkig tegen weten te houden. Het voelde allemaal ineens weer zo vers, alsof het gisteren gebeurd was. Het verliezen van iemand is iets wat je altijd bij zal blijven, zelfs al is het langer dan 12 jaar geleden.

Nu nog steeds heb ik een beetje het gevoel alsof die ‘jankbui’ er nog niet helemaal uit is. Maar de tranen zijn er in principe nooit allemaal uit. Tuurlijk, als je even gehuild hebt, lucht het op. Als je er over gepraat hebt, krijg je het gevoel dat je er weer even tegen aan kan. Het gaat dan ook een hele tijd goed, maar er komt altijd weer een momentje dat je er toch weer aan herinnerd wordt. Dan komen de tranen weer en dan voelt het alsof je weer terug bij af bent.

Zo moet ik het natuurlijk helemaal niet zien. Het is niet erg om even te huilen. Ik ben ook maar een mens. Het gaat heel vaak goed met me, maar af en toe ook gewoon even niet.

En dat is niet erg.

Het schrijven.

Toen ik eerder deze week in m’n bed lag, besloot ik om m’n pen en papier er weer eens bij te pakken. Dit is wat er uit is gekomen.

Dus ineens vraag ik me af “Waarom doe ik dit niet meer? Heb ik het verleerd? Heeft ‘t nog wel zin of doe ik het verkeerd?” Vroeger schreef ik alles op wat er in mij opkwam. Het zorgde voor wat meer rust in mijn hoofd. In mijn warrige hoofd, waar het vaak een chaos is. Het verminderde contact met de pen voelt als een gemis. En ik heb het zelf in de hand, letterlijk. Wat is er nou eigenlijk écht aan de hand? Waarom grijp ik niet vaker naar de pen? Het zou het papier moeten zijn, waar ik overheen ren. De woorden zouden moeten razen over de lijnen, waardoor alle chaos in mijn hoofd langzaam zou verdwijnen.

Alleen al dit lucht op. Wat is dat toch? Het is alsof je echt naar me luistert, al heb je geen mond of oren. Geluidloos als nu kan niets mij horen. De woorden vertellen, zonder enig geluid. Het lucht op. Het is er uit.

Zelfs in mijn hoofd worden de geluiden zachter.
Ik moet vaker schrijven, daar ben ik nu achter.