Het gemis.

Het is zondagavond. Ik heb voor het eerst sinds tijden weer eens een trui aan. We moeten er toch echt aan geloven: het wordt weer kouder. Ach, het is wel lekker warm, zo’n trui. Heerlijk om in te luieren. Dat heb ik vandaag dan ook gedaan. Al de hele dag ben ik mijn huiswerk aan het uitstellen. Het is maar een heel klein beetje, maar toch. Nadat ik had gegeten en een aflevering Friends met la mama had gekeken, gingen we samen de vaat doen. Zij deed het afwassen en ik deed het afdrogen, zoals we dat altijd doen.

Toen, opeens, was hij er weer. Die gekke gedachte die eens in de zoveel tijd weer mijn hoofd inkruipt. Flashbacks naar die zaterdag in maart, 2003. Ik was nog maar een klein meisje. De lente stond voor de deur en zonnestraaltjes kwamen langzaamaan steeds vaker tevoorschijn. Als kleine dondersteen was ik al gek op de zon, dus ik vond het helemaal prima. Een kind zonder zorgen, dat was ik. Zo hoort het ook te zijn, wanneer je nog maar 9 jaar oud bent, toch?

Op die ochtend in maart werden we opgebeld dat we naar het ziekenhuis moesten komen. Naïef als ik was, zag ik daar het kwaad niet van in. Waarom mijn zus moest huilen, snapte ik toentertijd niet helemaal, maar voor mijn gevoel was haar huilbui al snel weer over. Verder heb ik er niet meer naar gevraagd. Ik liet alles over me heen komen en vertrok samen met de rest naar het ziekenhuis in Den Bosch.

Inmiddels was ik al gewend aan de ziekenhuisbezoekjes die we aan mijn vader brachten. Ik weet nog wel dat ik dat ‘ziekenhuis-sfeertje’ niet bepaald prettig vond, omdat je ook als klein kind toch beseft dat je daar nooit ligt voor je lol. Toch was ik elke keer weer blij om mijn vader te zien.

Maar dit keer was het anders. Mijn buurman (die met ons mee was), vertelde me dat ik misschien maar beter niet bij papa kon gaan kijken. Eigenwijs als ik was, ging ik toch even een kijkje nemen. Al gauw rende ik weg. De toestand waarin mijn vader daar lag, geeft me nog steeds de kriebels als ik er aan terug denk. Zo wil je je vader niet zien. Toen was ik natuurlijk compleet radeloos, niet wetende wat er nou precies aan de hand was. Toch zag het er niet bepaald goed uit.

Om voor afleiding te zorgen, nam mijn buurman me mee naar het winkelcentrum in de buurt. Hier hebben we in wat winkeltjes wat rond gekeken. Ik was de toestand van mijn vader al snel weer vergeten. Het was wel goed, dacht ik. Het zonnetje scheen. Ik had even gelachen met mijn buurman. Ik had lekker in de frisse buitenlucht gelopen. Ik vond het wel goed zo.

Eenmaal terug bij het ziekenhuis, werd ik op een gegeven moment door mijn moeder een kamertje ingeroepen. Op dat moment wist ik genoeg. Ze gaf me de opdracht om naast haar te komen zitten. “Papa gaat dood hè?” was wat ik haar vroeg. En dit is het enige wat ik me niet goed meer kan herinneren aan die dag. Ik weet niet meer wat zij toen zei. Ze zal mijn vermoeden bevestigd hebben, want het was waar. Mijn vader lag op sterven. Maar ik kan me niet meer herinneren of ze toen gehuild heeft of niet. Mijn moeder kennende deed ze dat waarschijnlijk niet. Zij is het type moeder die zich groot houdt voor haar kinderen. Het enige wat ik nog weet, is dat ik erna vroeg “Je neemt toch geen nieuwe vriend, hè?” en hoe ze daar op reageerde, kan ik me ook niet meer heugen.

Het kamertje liepen we uit. We gingen richting mijn vader’s kamer. In de gang stonden heel veel mensen. Familie, vrienden, ik weet niet wie allemaal. Mijn vader was erg geliefd. Er werd mij verteld dat ik nog iets tegen mijn vader mocht zeggen. De tranen springen me momenteel weer in de ogen terwijl ik dit schrijf, net zoals op dat moment gebeurde. “Ik hou van jou, papa” is het enige wat ik kon uitbrengen, terwijl ik in tranen uitbarstte. Ik mocht hem nog een kus geven, maar dat durfde ik niet, door de toestand waarin hij zich verkeerde.

Tot de dag van vandaag kan ik me nog weleens schuldig voelen om het feit dat ik hem die laatste kus niet gegeven heb. Ik weet niet of mijn vader er toen überhaupt nog wel bij was met zijn gedachten, want hij zat zwaar aan de morfine om de pijn iets te verzachten. Maar soms dan vraag ik me af of hij nog iets gevoeld heeft. Of hij bewust heeft meegemaakt dat ik hem die laatste kus niet heb gegeven. Of hij het zou hebben gezien als een afwijzing of iets dergelijks. Al weet ik dat ’t een gekke gedachte is, toch vraag ik het me weleens af.

Als 9-jarig meisje is het zo bizar om je vader zo te zien lijden. In dat ziekenhuisbed, allemaal draden aan zijn lijf en apparaten om hem heen. Het was een milieu waar ik aan gewend was geraakt, maar dat maakt het niet minder moeilijk. Als ik terug denk aan die dag, vreet het me op van binnen. Ik wil namelijk niet herinnerd worden aan zijn sterfdag. Ik wil niet terug denken aan dat moment dat mijn gevoel me vertelde dat mijn vader zou sterven, nog voordat mijn moeder me dat vertellen kon. Ik wil niet meer terug denken aan die verdrietige crematie, ondanks dat hij zo mooi was, omdat er zoveel mensen waren die van hem gehouden hebben. Ik had gewoon gewild dat het allemaal niet zo gegaan was. Dat ik nu nog elk nutteloos dingetje aan mijn vader kon vertellen. Hij had er namelijk met plezier naar geluisterd, net zoals mijn moeder en mijn zus dat altijd doen.

Ik vraag me nog iedere dag af of hij trots op mij zou zijn. Ook dat is stom, want ik weet dat hij trots op me was. Dat vertelde hij me altijd al, zelfs toen ik nog een kleine koter was. Elke keer als hij me naar bed bracht, vertelde hij mij dat hij heel veel van me hield. Alles wat ik bij hem voelde, was liefde. En soms maakt het me zo verdomd kwaad dat die letterlijke kanker ziekte hem van ons heeft afgenomen. Het is gewoon niet eerlijk.

En ik weet dat ik er niet te vaak om moet huilen. Dit doe ik ook niet, want dat is niet wat mijn vader zou willen. Maar er zijn momenten, zoals nu, dat het me gewoon allemaal even teveel word. Ik weet dat ik altijd die vrolijke muts ben en dat is zeker niet gespeeld, maar ook dit is een deel van wie ik ben. Al had ik gewild dat ik dit nooit had hoeven meemaken. Dat wij dit allemaal niet hadden hoeven meemaken. Dat niemand dit ooit hoeft mee te maken.

Ik ben enorm trots op wie mijn vader is en ik weet dat hij altijd bij me is. Toch zou ik gewoon af en toe die arm om me heen willen hebben. Die stem willen horen. Gewoon, de normale dingen willen meemaken. Gewoon, met mijn vader erbij.

Maar helaas, is het mijn vader erbij niet ‘gewoon’ meer, 
want we moeten hem missen,
elke dag.

6 gedachtes over “Het gemis.

  1. Wat een heftig verhaal, maar wat heb je het mooi geschreven. Ik heb een paar weken geleden mijn opa verloren en was erbij toen hij stierf, één maand nadat er maagkanker bij hem was geconstateerd. Ik vind het dapper dat je het op deze manier van je afschrijft en dat je het met anderen deelt. Heel veel sterkte! X

  2. Wauw Ellis, brok in mijn keel. Wat heb jij dit prachtig beschreven, ook daar mag jij trots op zijn. Je hebt gelijk, niemand verdient dit om mee te maken. Ik vind jou een kanjer!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s