Kanker is een klootzak.

Ik voel de bui al hangen. Hoe het komt, dat weet ik niet. De hele dag was ik met Stijn. Nu zit ik alleen op zijn kamer. Hij is voetballen. Ik doe een poging om te beginnen aan de edit van een video. Ik heb al geprobeerd om met vrienden af te spreken, zodat ik niet alleen zou zijn. Zodat mijn hoofd niet kan afdwalen. Zodat ik afleiding heb. Niemand heeft de tijd. Niemand weet dat ik verdrietig ben, anders zouden ze wel tijd voor me maken. Ik wil niemand tot last zijn. Het is prima. Is het een teken van het universum? Iets dat wil zeggen van “Jank nou maar even, het zal je goed doen.” Maar wat nou als ik helemaal niet wil huilen? Moet ik er dan tegen vechten? Of gewoon niet zo stronteigenwijs doen en het even laten gaan?

Hatelijk dat er geen einde aankomt. Soms jank ik vaak. Soms jank ik maanden niet. Toch komt er altijd weer een moment dat ik het voel branden. Dat de herinnering toch te pijnlijk word. Dat het besef ineens weer inslaat. Natuurlijk is er geen dag die voorbij gaat waarop ik er niet aan denk. Ik draag het altijd bij me. Maar er zijn gewoon van die fucking pijnlijke dagen, met van die kut momenten. Van die shite momenten, dat je er gewoon niet meer tegen kan. Gedachtes als “Waarom hij?” of vol egoïsme “Waarom ik?!”. Wat heb ik vaak gewenst dat dit nooit gebeurd was.

Vaak denk ik aan het wat als. Wat als hij sterker was geweest dan de ziekte? Wat als hij helemaal nooit ziek was geworden? Sterker nog, soms fantaseer ik erover. De conclusie is simpel: alles was dan beter geweest. Al wil dat nu niet zeggen dat mijn leven verschrikkelijk is, laten we dat voorop stellen. Maar er is gewoon iemand die mist, waarvan ik weet dat met hem erbij, alles beter was geweest. Alleen kan ik hem niet terug halen. Niemand kan hem terug halen. Kanker is een klootzak.

Soms vraag ik me af, hoe vaak moet ik nog janken? Hoe vaak moet ik nog denken aan iets waar ik niks aan kan veranderen? Die machteloosheid is slopend. Ik haat het. Ik moet doorgaan. Altijd maar doorgaan. Er te lang bij stilstaan, heeft namelijk geen zin. Maar er helemaal niet bij stil willen staan, is dat dan wel goed? Stel ik iets uit of steek ik gewoon mijn kop in het zand?

Ik wil niet meer huilen om dit. Ik wil dat papa gewoon spontaan weer de huiskamer in komt lopen. Dat we gewoon doen alsof er niks gebeurd is. Dat we gewoon 13 jaar aan verloren tijd kunnen inhalen. Onrealistisch als het is, wil ik het toch. Laat me maar gewoon dromen. Laat me maar gewoon. Ik kan het wel aan, maar soms is het lastig.

Even terug bij af.

Dinsdag was de dag dat mijn moeder 59 werd. Ik voelde me niet helemaal lekker, maar ik ben toch maar even een bosche bol voor haar gaan halen. Ze wilde absoluut niet dat ik iets voor haar verjaardag zou kopen, maar welke moeder zegt er nou nee tegen chocola?! Ze was er in ieder geval blij mee. Score! ’s Avonds stond er andijvie op het menu, want de jarige trien mocht natuurlijk kiezen wat we gingen eten. Ze heeft er van genoten.

Aan het eind van de dag lag ik in m’n bedje, een beetje na te denken. Ik weet niet eens meer wat er allemaal door mijn hoofd spookte. Wel weet ik dat ik mij op een gegeven moment helemaal niet prettig voelde. Ik voelde me ‘jankerig’, zoals ik dat zelf altijd noem. Alsof ik op het punt stond om te gaan huilen, maar het kwam er niet uit. Dat wilde ik ook niet, dus deed ik snel een poging om te gaan slapen. Nadat een vriend me vroeg wat er aan de hand was, antwoordde ik “Mama was jarig vandaag en ik had gewoon graag gehad dat papa erbij was” en toen druppelde de traantjes langzaam langs m’n neusje. Na wat kleine snikjes, heb ik m’n snoet afgeveegd en ben ik in slaap gevallen.

Gisteren gingen we met m’n nicht een hapje eten, om nog even mijn moeder’s verjaardag te vieren. Na wat geklets over van alles en nog wat, kwam mijn vader ter sprake. We hadden het over de dag dat hij stierf. Hoe we die dag hebben beleefd. Hoe de periode van zijn ziekte is geweest en ook hadden we het over de periode die kwam na zijn overlijden. Wanneer ik m’n zus zag praten, zag ik al dat ze geen oogcontact zocht. Ze keek een beetje weg. Ik was al bang dat ze misschien moest huilen. Toen mijn moeder later aan het praten was en ik haar ogen waterig zag worden, had ik het niet meer. Allemaal hebben we snel onze servetten erbij gepakt, om de traantjes weer weg te kunnen vegen.

Natuurlijk heb ik me ingehouden. Ik zat midden in een restaurant. Toch voelde het alsof ik een flinke huilbui kon krijgen, maar die heb ik gelukkig tegen weten te houden. Het voelde allemaal ineens weer zo vers, alsof het gisteren gebeurd was. Het verliezen van iemand is iets wat je altijd bij zal blijven, zelfs al is het langer dan 12 jaar geleden.

Nu nog steeds heb ik een beetje het gevoel alsof die ‘jankbui’ er nog niet helemaal uit is. Maar de tranen zijn er in principe nooit allemaal uit. Tuurlijk, als je even gehuild hebt, lucht het op. Als je er over gepraat hebt, krijg je het gevoel dat je er weer even tegen aan kan. Het gaat dan ook een hele tijd goed, maar er komt altijd weer een momentje dat je er toch weer aan herinnerd wordt. Dan komen de tranen weer en dan voelt het alsof je weer terug bij af bent.

Zo moet ik het natuurlijk helemaal niet zien. Het is niet erg om even te huilen. Ik ben ook maar een mens. Het gaat heel vaak goed met me, maar af en toe ook gewoon even niet.

En dat is niet erg.

Het gemis.

Het is zondagavond. Ik heb voor het eerst sinds tijden weer eens een trui aan. We moeten er toch echt aan geloven: het wordt weer kouder. Ach, het is wel lekker warm, zo’n trui. Heerlijk om in te luieren. Dat heb ik vandaag dan ook gedaan. Al de hele dag ben ik mijn huiswerk aan het uitstellen. Het is maar een heel klein beetje, maar toch. Nadat ik had gegeten en een aflevering Friends met la mama had gekeken, gingen we samen de vaat doen. Zij deed het afwassen en ik deed het afdrogen, zoals we dat altijd doen.

Toen, opeens, was hij er weer. Die gekke gedachte die eens in de zoveel tijd weer mijn hoofd inkruipt. Flashbacks naar die zaterdag in maart, 2003. Ik was nog maar een klein meisje. De lente stond voor de deur en zonnestraaltjes kwamen langzaamaan steeds vaker tevoorschijn. Als kleine dondersteen was ik al gek op de zon, dus ik vond het helemaal prima. Een kind zonder zorgen, dat was ik. Zo hoort het ook te zijn, wanneer je nog maar 9 jaar oud bent, toch?

Op die ochtend in maart werden we opgebeld dat we naar het ziekenhuis moesten komen. Naïef als ik was, zag ik daar het kwaad niet van in. Waarom mijn zus moest huilen, snapte ik toentertijd niet helemaal, maar voor mijn gevoel was haar huilbui al snel weer over. Verder heb ik er niet meer naar gevraagd. Ik liet alles over me heen komen en vertrok samen met de rest naar het ziekenhuis in Den Bosch.

Inmiddels was ik al gewend aan de ziekenhuisbezoekjes die we aan mijn vader brachten. Ik weet nog wel dat ik dat ‘ziekenhuis-sfeertje’ niet bepaald prettig vond, omdat je ook als klein kind toch beseft dat je daar nooit ligt voor je lol. Toch was ik elke keer weer blij om mijn vader te zien.

Maar dit keer was het anders. Mijn buurman (die met ons mee was), vertelde me dat ik misschien maar beter niet bij papa kon gaan kijken. Eigenwijs als ik was, ging ik toch even een kijkje nemen. Al gauw rende ik weg. De toestand waarin mijn vader daar lag, geeft me nog steeds de kriebels als ik er aan terug denk. Zo wil je je vader niet zien. Toen was ik natuurlijk compleet radeloos, niet wetende wat er nou precies aan de hand was. Toch zag het er niet bepaald goed uit.

Om voor afleiding te zorgen, nam mijn buurman me mee naar het winkelcentrum in de buurt. Hier hebben we in wat winkeltjes wat rond gekeken. Ik was de toestand van mijn vader al snel weer vergeten. Het was wel goed, dacht ik. Het zonnetje scheen. Ik had even gelachen met mijn buurman. Ik had lekker in de frisse buitenlucht gelopen. Ik vond het wel goed zo.

Eenmaal terug bij het ziekenhuis, werd ik op een gegeven moment door mijn moeder een kamertje ingeroepen. Op dat moment wist ik genoeg. Ze gaf me de opdracht om naast haar te komen zitten. “Papa gaat dood hè?” was wat ik haar vroeg. En dit is het enige wat ik me niet goed meer kan herinneren aan die dag. Ik weet niet meer wat zij toen zei. Ze zal mijn vermoeden bevestigd hebben, want het was waar. Mijn vader lag op sterven. Maar ik kan me niet meer herinneren of ze toen gehuild heeft of niet. Mijn moeder kennende deed ze dat waarschijnlijk niet. Zij is het type moeder die zich groot houdt voor haar kinderen. Het enige wat ik nog weet, is dat ik erna vroeg “Je neemt toch geen nieuwe vriend, hè?” en hoe ze daar op reageerde, kan ik me ook niet meer heugen.

Het kamertje liepen we uit. We gingen richting mijn vader’s kamer. In de gang stonden heel veel mensen. Familie, vrienden, ik weet niet wie allemaal. Mijn vader was erg geliefd. Er werd mij verteld dat ik nog iets tegen mijn vader mocht zeggen. De tranen springen me momenteel weer in de ogen terwijl ik dit schrijf, net zoals op dat moment gebeurde. “Ik hou van jou, papa” is het enige wat ik kon uitbrengen, terwijl ik in tranen uitbarstte. Ik mocht hem nog een kus geven, maar dat durfde ik niet, door de toestand waarin hij zich verkeerde.

Tot de dag van vandaag kan ik me nog weleens schuldig voelen om het feit dat ik hem die laatste kus niet gegeven heb. Ik weet niet of mijn vader er toen überhaupt nog wel bij was met zijn gedachten, want hij zat zwaar aan de morfine om de pijn iets te verzachten. Maar soms dan vraag ik me af of hij nog iets gevoeld heeft. Of hij bewust heeft meegemaakt dat ik hem die laatste kus niet heb gegeven. Of hij het zou hebben gezien als een afwijzing of iets dergelijks. Al weet ik dat ’t een gekke gedachte is, toch vraag ik het me weleens af.

Als 9-jarig meisje is het zo bizar om je vader zo te zien lijden. In dat ziekenhuisbed, allemaal draden aan zijn lijf en apparaten om hem heen. Het was een milieu waar ik aan gewend was geraakt, maar dat maakt het niet minder moeilijk. Als ik terug denk aan die dag, vreet het me op van binnen. Ik wil namelijk niet herinnerd worden aan zijn sterfdag. Ik wil niet terug denken aan dat moment dat mijn gevoel me vertelde dat mijn vader zou sterven, nog voordat mijn moeder me dat vertellen kon. Ik wil niet meer terug denken aan die verdrietige crematie, ondanks dat hij zo mooi was, omdat er zoveel mensen waren die van hem gehouden hebben. Ik had gewoon gewild dat het allemaal niet zo gegaan was. Dat ik nu nog elk nutteloos dingetje aan mijn vader kon vertellen. Hij had er namelijk met plezier naar geluisterd, net zoals mijn moeder en mijn zus dat altijd doen.

Ik vraag me nog iedere dag af of hij trots op mij zou zijn. Ook dat is stom, want ik weet dat hij trots op me was. Dat vertelde hij me altijd al, zelfs toen ik nog een kleine koter was. Elke keer als hij me naar bed bracht, vertelde hij mij dat hij heel veel van me hield. Alles wat ik bij hem voelde, was liefde. En soms maakt het me zo verdomd kwaad dat die letterlijke kanker ziekte hem van ons heeft afgenomen. Het is gewoon niet eerlijk.

En ik weet dat ik er niet te vaak om moet huilen. Dit doe ik ook niet, want dat is niet wat mijn vader zou willen. Maar er zijn momenten, zoals nu, dat het me gewoon allemaal even teveel word. Ik weet dat ik altijd die vrolijke muts ben en dat is zeker niet gespeeld, maar ook dit is een deel van wie ik ben. Al had ik gewild dat ik dit nooit had hoeven meemaken. Dat wij dit allemaal niet hadden hoeven meemaken. Dat niemand dit ooit hoeft mee te maken.

Ik ben enorm trots op wie mijn vader is en ik weet dat hij altijd bij me is. Toch zou ik gewoon af en toe die arm om me heen willen hebben. Die stem willen horen. Gewoon, de normale dingen willen meemaken. Gewoon, met mijn vader erbij.

Maar helaas, is het mijn vader erbij niet ‘gewoon’ meer, 
want we moeten hem missen,
elke dag.

Trots dat jij mijn papa bent.

Het was weer zo’n dag. Het was alweer te lang geleden, blijkbaar. Hoe de gedachte ineens in me opkwam? Geen idee. Het komt gewoon, ineens, uit het niets. Het is een soort boemerang die me om de zoveel tijd weer een draai om m’n oren geeft. Een hele vervelende boemerang waar ik nooit meer vanaf zal komen.

Ineens sloop de gedachte weer in m’n hoofd. Je bent al zo lang weg van ons, maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan je denk. Hoe kan ik je ook vergeten? Iemand met een karakter zoals het jouwe valt moeilijk te vergeten. Deze huilbuien komen altijd uit het niets. Altijd komen ze ongelegen. Ach, wanneer komt een huilbui nou gelegen? Wie wil er nou huilen? Crying is no fun. Maar ik kon me niet meer inhouden. Opkroppen heeft geen zin. Op die manier maak ik het mezelf alleen maar moeilijker. Ik moet er gewoon over praten. De tranen laten vloeien. De emoties de vrije loop laten. Het moet gewoon. De meeste dagen haal ik leuke herinneringen op. Dan lach ik bij de gedachte aan jou. Maar soms word het me wat teveel en dan komen de tranen. Vandaag was zo’n dag.

Vandaag dacht ik weer aan die vreselijke dag, meer dan 11 jaar geleden. Hoe die verschrikkelijke ziekte jou van ons heeft weg genomen. Het is zo oneerlijk. Op dagen zoals deze kan ik er zo boos om worden, al weet ik zelf ook wel dat ’t geen zin heeft. We krijgen je niet meer terug. Je kunt niet opstaan uit je as. Je bent weg.

En ik mis je zo erg. Soms verlang ik naar die vaderlijke armen om me heen. Al kan ik iedereen om advies vragen, soms wil ik gewoon advies van jou en niet van iemand anders. Waarom kunnen anderen wel bij hun vader terecht en ik niet? Ik vind het gewoon niet eerlijk.

Al kan jij er ook niks aan doen papa, dat weet ik ook wel. Je hebt er niet voor gekozen om ziek te worden. Er zal nooit iemand komen die zegt ‘Hey kanker, maak me maar ziek hoor!’ Nee, zo werkt het niet. Je hebt hard gevochten, maar het mocht niet baten. Met veel verdriet heb je ons achter moeten laten.

Maar niet alleen verdriet zit in mijn hart, ook een hoop vreugde. Blijdschap en dankbaarheid dat ik een vader zoals jou heb. In mijn leven ben je maar 9 jaar geweest. Meer dan de helft van mijn leven ben je al weg, maar ik zal die 9 jaar nooit vergeten, papa. Die 9 jaar niet en jou niet. Nooit.

Ik ben trots dat jij mijn papa bent.

935926_10201421052147975_315579547_n

Het leven na het verlies.

Af en toe denk ik na. Sterker nog: ik denk heel vaak na. Soms vraag ik me af of ik niet teveel nadenk. Dan lig ik in m’n bed en blijf ik wakker, terwijl ik allang in dromenland zou moeten zijn. Ik kan er echter niks aandoen. Mijn brein maakt overuren. Dit hoeft niet eens negatief te zijn. Soms krijgen m’n hersenen geen rust door alle ideetjes die er in zitten. Soms dan ben ik gewoon te vrolijk om te gaan slapen. Hier heb ik dan ook altijd de volgende dag alweer spijt van. Soms is ’t ook gewoon dat ik te lang nadenk over vervelende dingen. En ja, dat is vervelend.

Soms dan vraag ik me af waarom mensen dood gaan. Dat is natuurlijk een hele lompe, kinderachtige vraag, maar toch komt deze weleens in me op. Ik zal heus niet de enige zijn die zich dit weleens afvraagt. Het is toch ook een verschrikking? Iemand overlijdt, je moet heel veel huilen, je moet het aan mensen vertellen, weer huilen, naar een begrafenis/crematie, heel veel huilen en als dat eenmaal voorbij is, moet je alsnog regelmatig huilen! Er komt geen einde aan. Ik som het nu op een hele simpele manier op. Er komt natuurlijk veel meer bij kijken en voor een ieder is het anders. Maar jullie snappen me wel, toch?

Men zegt altijd dat je weer door moet gaan met je leven. Niets is minder waar. Dit wil nog niet zeggen dat het af en toe godvergeten pijn doet. Het besef dat iemand er niet meer is, kan nog steeds voelen als een mes in m’n hart, zelfs nu ik het al langer dan 10 jaar weet. Soms is het alsof je er opnieuw achterkomt. Alsof je het even vergeten bent en het dan, ineens, weer in je hoofd opkomt. Bizar, niet?

Ik weet dat ik erg vaak over m’n vader praat. Dat ik vaak over het leven praat, maar ook vaak over de dood praat. Om heel eerlijk te zijn, maakt het me niet uit of mensen dit raar vinden. Het werkt voor mij ook als een soort therapie. Voor mij voelt het goed om dit soort dingen te bespreken, omdat ik denk dat veel mensen het ook eng en/of moeilijk vinden om ‘het leven na het verlies’ te bespreken. Dat is het ook, maar dit betekend niet dat het niet moet gebeuren. Soms moeten dit soort moeilijke onderwerpen besproken worden, want alles opkroppen is echt niet goed. Zelf heb ik weleens ervaren dat ik onbewust te lang met zo’n verdrietig gevoel heb rond gelopen, wat vervolgens tot een iets heftigere uitbarsting leidde dan ik had gewild. Ook dat hoort erbij. Het hoort allemaal bij het leven, zoals wijze mensen altijd zeggen.

Iemand verliezen is verschrikkelijk. Het erover hebben is moeilijk. Niet altijd hoor, het kan ook heel leuk zijn. Als we het weer eens hebben over de leuke en soms gekke herinneringen met m’n vader, dan lig ik af en toe helemaal in een scheur. Dat is heerlijk. Toch denk je daarna weleens van “ja godverdomme, waarom mag ik dit nu niet meer mee maken?” en ja, dat is erg frustrerend. Dit wil niet zeggen dat ik altijd zo negatief ben hoor, maar af en toe wel. Soms gaat het goed en soms even niet.

Ik moet ermee leven, dus dat doe ik,
maar vergeten doe ik nooit.

Papa, ik hou van je.

Verdrietig, maar dankbaar.

Hey lieverds.

Ken je dat gevoel dat er iets dwars zit, maar het er niet uitkomt? Je hebt gewoon de drang om te huilen, niet precies wetende waarom, maar je weet wel dat het eruit moet. Diep van binnen weet ik wel wat ik dan moet doen. Mijn vader heb ik moeten verliezen toen ik 9 jaar jong was. Er gebeurde iets heel raars. Als 9 jarig ukkie werd mij verteld dat m’n vader zou sterven. De tijd stond stil. Waar je toch zou denken dat zo’n jong meissie het niet zou geloven, geloofde ik het meteen. Misschien wist ik onbewust al een tijdje dat la papa ziek was. Het gekke is zelfs, dat ik het al aan zag komen toen m’n moeder me dat kamertje in riep. Bizar, als ik er zo aan terug denk, maar waar. Het leven is soms raar. Soms moet je even gewoon janken, niet wetende waarom. Toch heb ik altijd een reden om te huilen, want ik ben een half weesje, een meisje zonder vader, een meisje met verdriet, noem het hoe je ’t noemen wil.

Ze zeggen dat alles gebeurd met een reden, maar is dat echt zo? Ik bedoel, is er een manier om dit uit te leggen? Is het eerlijk dat een meisje haar vader moet verliezen, nog voor ze de kans krijgt om hem te terroriseren als puberend meisje? Tuurlijk niet. Wat ik wel weet, is dat ik kan verdrinken in zelfmedelijden en kwaad kan worden op de wereld voor wat ons is overkomen. Ik kan gillen, schreeuwen, janken, zo hard als maar kan. Het zal vast opluchten, voor een keertje. Heeft het zin om er voor altijd boos om te blijven? Nee.

Het leven is af en toe oneerlijk. Er gebeuren dingen die niemand kan verklaren. Er is genoeg ellende in de wereld en ik kan jullie vertellen dat ik er genoeg van gezien heb. Ik heb meer meegemaakt dan menig leeftijdsgenoot. Wel kan ik zeggen dat ik er ook veel van geleerd heb. Het klinkt cliché, maar ik ben er wel sterker van geworden. Is dat dan de reden dat dit mij overkwam? Dat weet ik niet. Dat zal ik ook nooit weten. Misschien heb ik gewoon pech gehad. So be it. Hoe hard het ook klinkt, er is niks meer aan te doen.

Ik ben een emotioneel meisje van 20. Ik kan huilen om iets moois, iets verdrietigs en zelfs een traantje wegpinken als ik super enthousiast ben over iets en eigenlijk zou moeten schaterlachen. Tuurlijk huil ik weleens om m’n vader en tuurlijk lucht dat op, maar moet ik dag en nacht verdrietig zijn? NEE! Dat ben ik dan ook zeker niet.

Ik besef me ook heel goed dat ik veel heb om dankbaar voor te zijn. Een lijstje maken ga ik niet doen, want ik ben zo’n kluns dat ik vast een paar dingetjes zal vergeten. Dingen voor lief nemen is niks voor mij. Ik ben dankbaar voor alles wat ik heb en ik zal vechten om in de toekomst te bereiken wat ik wil. Er is mij iets ergs overkomen. Ik baal ervan. Nee, dat is zacht uitgedrukt. Ik vind het verschrikkelijk. Afschuwelijk. Tegenstrijdig, niet?

Toch ben ik dankbaar voor de vader die ik heb. Zoals ik altijd zeg, ik voel hem altijd bij me. Hij zou niet willen dat we altijd verdrietig zouden zijn. We houden hem juist levend. We hebben ’t over de mooie momenten. We lachen. We genieten. We houden van hem.

Dat is wat papa zou willen.

Papa is bij me.

Bonjour lieve mensjes!

Vandaag was een rustig dagje voor me. Rond etenstijd zaten we naar Kim Kardashian te kijken op tv. Ze was bezig met de voorbereidingen voor haar bruiloft met Kris Humphries. Dit is alweer een tijdje terug, want inmiddels zijn ze alweer uit elkaar en nu heeft ze een kindje samen met de enige, echte Kanye West. Haar vader is overleden en om haar vader er toch bij te hebben, wilde ze stof van een oude blouse van haar vader in haar jurk laten verwerken. Mooie gedachte, vond ik. Na een tijdje werd ze emotioneel, liep ze weg en moest ze huilen. Het pianomuziekje begon op de achtergrond te draaien, voor het zielige effect. Ik vond ’t al zielig genoeg zónder die muziek en jankerig als ik ben, schoten de tranen me in de ogen.

Na wat traantjes weg geveegd te hebben en wat gesnotter hier en daar, voelde ik ineens een warmte op m’n schouder. Hoe gek dat ook klinkt, ik had echt ’t gevoel dat het m’n vader was. Het was alsof hij even me gerust wilde stellen. Alsof hij even z’n hand op m’n schouder legde en op die manier wilde laten weten dat hij bij me was.

Zelf ben ik er heilig van overtuigd dat m’n vader altijd bij ons is en ook over ons waakt. Ik voel hem bij me en vooral dat moment was heel apart. Heel apart en fijn. Liet me weer denken aan wat een lieve vader ik heb. Ik zeg ‘heb’, want hij is dan wel overleden, maar hij is nog wel bij me. Voor altijd.

I love you dad!

Lieve papa, ik mis je.

Daar zit ik dan, achter m’n laptopje. Ineens sprongen zo net de tranen me in de ogen. Ik kon me niet meer inhouden. Vrijdag is het inmiddels 10 jaar geleden dat je hier niet meer bent. Ik heb het er heel moeilijk mee. Misschien is ’t stom om dit over een blogje te doen, maar ik ben ook maar een mens. Ik heb ook gevoel. Ik lach altijd, maar van binnen doet het me nog elke dag pijn dat je niet meer naast me staat. Ik mis je echt ontzettend.

Als de dag van gisteren, zo goed weet ik het nog. Die vervelende dag in maart 2003. Dat moment dat mama me een kamertje in riep en ik als 9-jarige al meteen wist wat er aan de hand was. Hoe dat kon, weet ik nog steeds niet, maar toen mama me vertelde dat je niet lang meer had, kwam ’t niet als een verassing. Ik weet nog dat ik toen tegen mama zei “Je neemt toch geen nieuwe vriend hè?” Haha, gek kind was ik. Ik was ook nog maar 9. Veel te jong, als je ’t mij vraagt.

Ik weet nog dat me toen verteld werd dat ik nog iets tegen je mocht zeggen. Er stonden weet ik veel hoeveel mensen om je heen. Het was druk, want je was geliefd. Het moment dat ik de deurknop in m’n handen had en je kamer binnenliep. Ik keek naar je en je lag er in zo’n nare toestand. Zo heb ik je nooit willen zien. Het enige wat ik kon uitbrengen was “Ik hou van je, papa” & ik barstte in tranen uit. Mama zei nog dat ik je een kus mocht geven, maar dat durfde ik niet. ’t Was gewoon zo eng om je in zo’n situatie te zien. Ik heb er tot de dag van vandaag nog spijt van, maar ik was 9, ik was jong, ik weet het gewoon niet. Ik hoop niet dat je denkt dat ik bang voor je was of wat dan ook, pa. Ik hou heel veel van je en dat weet jij ook. Ik heb je in de 9 jaar dat je bij me mocht zijn keiveel kusjes gegeven, dus ik hoop dat dat het een beetje goed maakt.

Veel dingen heb je moeten missen. Veel dingen moet je nog steeds missen. Bij heel veel dingen vragen we ons allemaal nog regelmatig af wat jij ervan gevonden had. En bij heel veel dingen weten we ook zeker dat je het supertof had gevonden en dan lachen we bij die gedachte. Het is niet alleen maar pijn. We proberen positief te blijven en vast te houden aan de mooie herinneringen, want die zijn er genoeg, gelukkig. Toch zijn er momenten dat ik ’t effe niet meer weet en dat ik gewoon zó verdrietig word. Dan zou ik gewoon willen dat ik in m’n handjes kon klappen en dat je dan naast me zou staan. Maar helaas, dat is onmogelijk.

Toch wil ik dat je weet dat ik je bij me voel. Ik heb ’t gevoel dat je naast me staat bij alles wat ik doe, hoe gek dat ook klinken mag. Ik draag je altijd bij me in m’n hart, net als mama & Marina dat doen. We missen je verschrikkelijk, papa. Ik sta er mee op en ik ga er mee naar bed. Ik probeer sterk te blijven en dat lukt me ook wel, alleen niet altijd. Al is dat niet erg, want soms moet het er gewoon effe allemaal uit, dat begrijp jij ook wel. Het is moeilijk, maar we blijven doorgaan, want ’t leven is te kort om op te geven.

Lieve papa, ik hou heel heel heel heel heel heel heeeeeeeel veel van jou! Zoals jij ’t altijd zei voor ’t slapen gaan, haha. Je bent en blijft de allerliefste vader die er is.

Dikke kus,

Ellis ❤

<3

Mijn hoofdje.

Hallo lieve mensen!

Ik heb weer even zin om te schrijven. Zoals ik al zovaak heb gezegd, ik schrijf gewoon wanneer ik wil en ik verplicht mezelf niks. Misschien maakt dat deze blog een beetje warrig, maar ach. De mensen die mij kennen weten dat ikzelf ook een chaotisch en warrig persoon ben. Dat is niet altijd fijn, maar dat is nou eenmaal wie ik ben. Wat betreft m’n blog ga ik op deze manier te werk, omdat ik wil gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Nou wil ik niet zeggen dat ik een onwijs goede blogster ben hoor, begrijp me niet verkeerd. Ik bedoel gewoon te zeggen dat ik alleen schrijf wanneer ik echt iets heb om over te schrijven, en anders schrijf ik gewoon niet.

M’n laptopje werd vandaag bij me thuis gebracht, nadat ik hem een weekje heb moeten missen. Er was iets kapot, ik wil niet eens weten wat, want ik heb geen verstand van die zooi. Waar ’t om gaat, is dat hij het weer doet. Braaf laptopje, je bent braaf. Nu is er alleen wel een of andere blokkering waardoor ik niet op Facebook kan en niet kan inloggen op Youtube, maar daar word aan verwerkt. ’t Zal ook eens in één keer allemaal werken hè, potverdeurie! Grapje, grapje, ’t komt allemaal wel goed.

Weten jullie jongens, ik weet niet wat het is de laatste tijd. Ik heb de hele tijd het gevoel alsof er iets aan zit te komen. Ik ben zenuwachtig voor iets en ik weet niet voor wat. Hebben jullie dat ook weleens? Of ben ik de enige? Ik vind ’t maar raar. Ik heb de laatste tijd niet echt rust in m’n hoofd. Nou moeten jullie niet denken dat ik schizofrenie heb ofzo, ik hoor geen stemmetjes in m’n kop of wat dan ook. Voel me gewoon rusteloos.

Misschien komt het omdat het bijna 10 jaar geleden is dat m’n pa is overleden. Dat is inderdaad nogal privé, maar deze blog is een heel klein beetje m’n dagboek en ik vind ’t niet raar om het met jullie te delen. 10 jaar, dat is écht lang. Toch weet ik ’t nog als de dag van gisteren. Misschien maakt dat me zenuwachtig. Waarschijnlijk is ’t nergens voor nodig, maar ik ben nou eenmaal een paniekzaaierd. ’t Is gewoon gek om te beseffen dat ik alweer 10 jaar zonder m’n vader moet leven. Hij zit in m’n hart en ik voel ‘m bij me. Aan die gedachte hou ik vast, maar het is natuurlijk niet hetzelfde als dat hij nog gewoon fysiek aanwezig zou zijn. Helaas is ’t niet anders. Ik probeer altijd positief te blijven, maar de laatste tijd knaagt ’t toch aan me. Iets meer dan dat ’t normaal doet.

Soms gaat ’t goed en soms effe iets minder. Nu gaat het effe wat minder. Ik ben niet depressief, helemaal niet, maar ik ben er gewoon niet helemaal bij de laatste tijd. Deze blog lijkt zo negatief, zo bedoel ik ’t niet hoor! Het moest me gewoon effe van ’t hart.

Thanks for listening to me.

Dikke kus,

Ellis ❤

Herinneringen koesteren.

Dag people!

Het is bijna half 2. Mama en ik zaten gezellig te kletsen. Tijdens dit soort nachtelijke gesprekken, halen we altijd herinneringen op. Herinneringen koesteren we, heel erg. Zoals de meesten van jullie wel weten, is mijn vader overleden toen ik 9 was. Nu hoef ik geen “ah, wat erg voor je” of iets te horen, al weet ik wel dat jullie dat goed zouden bedoelen. Dit is niet een verdrietig blogje hoor, wees niet bang.

Anyway, we hadden ’t dus over de periode dat mijn zus in Amerika woonde. Ze heeft een jaar high school gedaan en na dat jaar, kwamen we haar ophalen in Amerika en zijn we daar 3 weken geweest. Daar hebben we een hele leuke tijd gehad en we zijn ook nog ‘even’ naar Canada geweest, omdat we toch ‘in the neighbourhood’ waren. La papa had een camera bij ‘m en hij heeft heel veel gefilmd. Dat vond hij leuk. Nu weet ik waar m’n drang om te filmen vandaan komt. Ik heb ’t van hem geërfd! It all makes sense to me now!

In Amerika!

“Waarom vertel je dit, Ellis?” Ja, nou, blijkbaar vond mijn vader het op zijn manier ook leuk om te vloggen. Hij filmde alleen niet zo vaak zichzelf, alleen ons. Er is volgens mij maar één fragment op de hele videoband van Amerika, dat hij zichzelf filmt. Hij staat voor de spiegel en zegt dan “Kik zo’n knappe kerel!” Haha, typisch iets voor mijn vader. Ik weet zeker dat hij ’t supervet had gevonden dat ik een ‘youtuber’ ben & dat hij net zo blij was geweest als ik, toen ik de 300 abonnees had gehaald gisteren!

Als papa nog geleefd had, had ik vet leuke filmpjes met hem kunnen maken. Maar ik zal niet treuren omdat ’t niet kan, maar ik zal lachen om hoe het had kunnen zijn.

Koester je herinneringen.

Dikke kus,

Ellis ❤

P.s. Als jij wil dat ik weer iets dichterbij de 400 abonnees kom, klik dan hier (CLICK IT!)