Kanker is een klootzak.

Ik voel de bui al hangen. Hoe het komt, dat weet ik niet. De hele dag was ik met Stijn. Nu zit ik alleen op zijn kamer. Hij is voetballen. Ik doe een poging om te beginnen aan de edit van een video. Ik heb al geprobeerd om met vrienden af te spreken, zodat ik niet alleen zou zijn. Zodat mijn hoofd niet kan afdwalen. Zodat ik afleiding heb. Niemand heeft de tijd. Niemand weet dat ik verdrietig ben, anders zouden ze wel tijd voor me maken. Ik wil niemand tot last zijn. Het is prima. Is het een teken van het universum? Iets dat wil zeggen van “Jank nou maar even, het zal je goed doen.” Maar wat nou als ik helemaal niet wil huilen? Moet ik er dan tegen vechten? Of gewoon niet zo stronteigenwijs doen en het even laten gaan?

Hatelijk dat er geen einde aankomt. Soms jank ik vaak. Soms jank ik maanden niet. Toch komt er altijd weer een moment dat ik het voel branden. Dat de herinnering toch te pijnlijk word. Dat het besef ineens weer inslaat. Natuurlijk is er geen dag die voorbij gaat waarop ik er niet aan denk. Ik draag het altijd bij me. Maar er zijn gewoon van die fucking pijnlijke dagen, met van die kut momenten. Van die shite momenten, dat je er gewoon niet meer tegen kan. Gedachtes als “Waarom hij?” of vol egoïsme “Waarom ik?!”. Wat heb ik vaak gewenst dat dit nooit gebeurd was.

Vaak denk ik aan het wat als. Wat als hij sterker was geweest dan de ziekte? Wat als hij helemaal nooit ziek was geworden? Sterker nog, soms fantaseer ik erover. De conclusie is simpel: alles was dan beter geweest. Al wil dat nu niet zeggen dat mijn leven verschrikkelijk is, laten we dat voorop stellen. Maar er is gewoon iemand die mist, waarvan ik weet dat met hem erbij, alles beter was geweest. Alleen kan ik hem niet terug halen. Niemand kan hem terug halen. Kanker is een klootzak.

Soms vraag ik me af, hoe vaak moet ik nog janken? Hoe vaak moet ik nog denken aan iets waar ik niks aan kan veranderen? Die machteloosheid is slopend. Ik haat het. Ik moet doorgaan. Altijd maar doorgaan. Er te lang bij stilstaan, heeft namelijk geen zin. Maar er helemaal niet bij stil willen staan, is dat dan wel goed? Stel ik iets uit of steek ik gewoon mijn kop in het zand?

Ik wil niet meer huilen om dit. Ik wil dat papa gewoon spontaan weer de huiskamer in komt lopen. Dat we gewoon doen alsof er niks gebeurd is. Dat we gewoon 13 jaar aan verloren tijd kunnen inhalen. Onrealistisch als het is, wil ik het toch. Laat me maar gewoon dromen. Laat me maar gewoon. Ik kan het wel aan, maar soms is het lastig.

Het leven na het verlies.

Af en toe denk ik na. Sterker nog: ik denk heel vaak na. Soms vraag ik me af of ik niet teveel nadenk. Dan lig ik in m’n bed en blijf ik wakker, terwijl ik allang in dromenland zou moeten zijn. Ik kan er echter niks aandoen. Mijn brein maakt overuren. Dit hoeft niet eens negatief te zijn. Soms krijgen m’n hersenen geen rust door alle ideetjes die er in zitten. Soms dan ben ik gewoon te vrolijk om te gaan slapen. Hier heb ik dan ook altijd de volgende dag alweer spijt van. Soms is ’t ook gewoon dat ik te lang nadenk over vervelende dingen. En ja, dat is vervelend.

Soms dan vraag ik me af waarom mensen dood gaan. Dat is natuurlijk een hele lompe, kinderachtige vraag, maar toch komt deze weleens in me op. Ik zal heus niet de enige zijn die zich dit weleens afvraagt. Het is toch ook een verschrikking? Iemand overlijdt, je moet heel veel huilen, je moet het aan mensen vertellen, weer huilen, naar een begrafenis/crematie, heel veel huilen en als dat eenmaal voorbij is, moet je alsnog regelmatig huilen! Er komt geen einde aan. Ik som het nu op een hele simpele manier op. Er komt natuurlijk veel meer bij kijken en voor een ieder is het anders. Maar jullie snappen me wel, toch?

Men zegt altijd dat je weer door moet gaan met je leven. Niets is minder waar. Dit wil nog niet zeggen dat het af en toe godvergeten pijn doet. Het besef dat iemand er niet meer is, kan nog steeds voelen als een mes in m’n hart, zelfs nu ik het al langer dan 10 jaar weet. Soms is het alsof je er opnieuw achterkomt. Alsof je het even vergeten bent en het dan, ineens, weer in je hoofd opkomt. Bizar, niet?

Ik weet dat ik erg vaak over m’n vader praat. Dat ik vaak over het leven praat, maar ook vaak over de dood praat. Om heel eerlijk te zijn, maakt het me niet uit of mensen dit raar vinden. Het werkt voor mij ook als een soort therapie. Voor mij voelt het goed om dit soort dingen te bespreken, omdat ik denk dat veel mensen het ook eng en/of moeilijk vinden om ‘het leven na het verlies’ te bespreken. Dat is het ook, maar dit betekend niet dat het niet moet gebeuren. Soms moeten dit soort moeilijke onderwerpen besproken worden, want alles opkroppen is echt niet goed. Zelf heb ik weleens ervaren dat ik onbewust te lang met zo’n verdrietig gevoel heb rond gelopen, wat vervolgens tot een iets heftigere uitbarsting leidde dan ik had gewild. Ook dat hoort erbij. Het hoort allemaal bij het leven, zoals wijze mensen altijd zeggen.

Iemand verliezen is verschrikkelijk. Het erover hebben is moeilijk. Niet altijd hoor, het kan ook heel leuk zijn. Als we het weer eens hebben over de leuke en soms gekke herinneringen met m’n vader, dan lig ik af en toe helemaal in een scheur. Dat is heerlijk. Toch denk je daarna weleens van “ja godverdomme, waarom mag ik dit nu niet meer mee maken?” en ja, dat is erg frustrerend. Dit wil niet zeggen dat ik altijd zo negatief ben hoor, maar af en toe wel. Soms gaat het goed en soms even niet.

Ik moet ermee leven, dus dat doe ik,
maar vergeten doe ik nooit.

Papa, ik hou van je.

Sterker.

Hallo allemaal!

Ik vond het wel weer eens tijd om een gedicht te posten, aangezien dat alweer een hele poos geleden is. Vrolijk is anders, moet ik jullie wel alvast melden. Het spijt me. Maargoed, het kan niet altijd feest zijn. Het is een gedicht over m’n vader. Hij is overleden toen ik 9 jaar oud was, zoals de meeste van jullie misschien al wisten. “Is dit gedicht niet een beetje té persoonlijk?” vragen jullie je misschien af. Misschien wel, maar alsnog. Er is niks mis met het uiten van emotie, toch? Vandaar dat ik dit gedicht, zonder schaamte, met jullie deel.

Ze zeggen dat wonden helen met de tijd,
maar ik voel nog steeds pijn.
Werd je toen niet ziek,
dan had je hier nog kunnen zijn.
Ik heb je nodig,
maar helaas, je bent er niet.
Een gevoel van leegte.
Een traan van verdriet.
Een stukje ‘thuis’,
heb je die dag meegenomen.
Zo wacht ik op de dag,
dat ik jou weer zal tegenkomen.
Je kan niet voor eeuwig weg zijn.
Onze liefde is te groot.
 Wij zullen elkaar opnieuw ontmoeten,
 want onze band is sterker dan de dood.

© Ellis Kopier.